Second Opinion

De Medewerker heeft het recht om ten aanzien van het advies van de eigen Bedrijfsarts een second opinion aan te vragen. De Bedrijfsarts of de deskundige van BlijWerkt die namens de Bedrijfsarts onder taakdelegatie contact heeft (gehad) met de Medewerker zal de Medewerker op dit recht wijzen. Indien het advies van of namens de Bedrijfsarts tot stand is gekomen zonder direct contact (persoonlijk of telefonisch) met de Bedrijfsarts, bijvoorbeeld in het geval het contact heeft plaatsgevonden met een deskundige van BlijWerkt die onder taakdelegatie of supervisie van de Bedrijfsarts werkt, zal de werknemer eerst in de gelegenheid worden gesteld om door de eigen Bedrijfsarts te worden gehoord dan wel te worden gezien. De Bedrijfsarts zal het verzoek om een second opinion inwilligen, tenzij er naar zijn oordeel zwaarwichtige redenen zijn om het verzoek niet te honoreren. De Medewerker kan voor het uitvoeren van de second opinion een Bedrijfsarts selecteren uit de landelijke pool bedrijfsartsen second opinion (LPBSO). De bedrijfsartsen van de LPBSO voeren second opinions uit voor onder meer de werknemers van klanten van de leden van OVAL. De Organisatie voor Vitaliteit, Activering en Loopbaan. BlijWerkt is lid van OVAL.

De eigen Bedrijfsarts vraagt de Medewerker welke Bedrijfsarts (dit dient een bedrijfsarts te zijn die niet werkzaam is voor BlijWerkt) de second opinion gaat uitvoeren. Hiervoor kan werknemer verwezen worden naar: https://www.bedrijfsartsensecondopinion.nl/bedrijfsartsen. De eigen Bedrijfsarts verstrekt de Bedrijfsarts die de second opinion gaat uitvoeren alle relevante informatie over de Medewerker, alsmede ook relevante informatie over het bedrijf of de instelling waar de Medewerker werkzaam is.

De second opinion Bedrijfsarts bepaalt of het voor zijn advies noodzakelijk is dat hij de Medewerker spreekt of onderzoekt. De second opinion Bedrijfsarts kan besluiten om met toestemming van de Medewerker aanvullende informatie te vergaren. De second opinion Bedrijfsarts bespreekt zijn conclusie en advies eerst met de Medewerker, die daarop besluit of het advies ter beschikking mag worden gesteld aan de eigen Bedrijfsarts. Als de Medewerker besluit dat het advies van de second opinion Bedrijfsarts niet mag worden gedeeld dan wordt de eigen Bedrijfsarts daarover geïnformeerd.

Als de conclusie en advies wel met de eigen Bedrijfsarts worden gedeeld zal deze laatste het advies verwerken in zijn (eventueel bijgesteld) advies. Hij zal daarbij motiveren waarom hij het advies van de second opinion Bedrijfsarts wel, niet of gedeeltelijk overneemt. Het recht op een second opinion geldt voor alle adviezen die de Bedrijfsarts aan een Medewerker geeft, dus ook bij preventieve adviezen. De Bedrijfsarts kan in bijzondere situaties ook zelf besluiten om de Medewerker te adviseren een second opinion te vragen.